GESPREK

Eline is huisarts in spe maar liep eerst nog even stage in één van onze apotheken.

Eline zit in de laatste rechte lijn naar haar diploma geneeskunde. Nog enkele maanden en dan mag ze zich volwaardig huisarts noemen. Maar voor het zover is, loopt ze eerst nog enkele stages bij verschillende zorgdisciplines. Een nieuw initiatief van de faculteit geneeskunde om toekomstige huisartsen kennis te laten maken met het ruimere zorglandschap. Want Eline behoort tot de nieuwe generatie huisartsen voor wie samenwerking steeds belangrijker zal worden. Ze liep onder meer een weekje mee in een De Lindeboom Apotheek in Mechelen. Dat vonden we zo fijn dat we haar en apotheker-titularis Kristel vroegen hoe het is gegaan.

Vanwaar eigenlijk jullie interesse voor het beroep van arts en apotheker?

Eline: “Voor mij was het al snel duidelijk dat het geneeskunde ging worden, en het liefst als huisarts. Ik vind het fantastisch dat je de volledige patiënt en zijn of haar context leert kennen. Dat sprak me bijvoorbeeld meer aan dan het specialiseren in één domein. Als huisarts leer je de patiënt en de familie kennen en volg je een volledige levensloop mee.”


Kristel: “Ik had het geluk dat ik al vrij snel vakantiewerk kon doen in een apotheek. Daar kreeg ik de liefde voor het vak te pakken. Elke patiënt is anders en je weet nooit precies wat de dag gaat brengen. Er is niet alleen het contact met de patiënten maar er komt ook een groot deel administratie bij kijken, een stuk logistiek, het runnen van de apotheek, enz. Door die variatie blijft het elke dag een heerlijke uitdaging.”

Waarom koos je ervoor om een weekje in de apotheek aan de slag te gaan?

Eline: “Ik denk dat het als arts in opleiding heel belangrijk is dat je het volledige zorglandschap leert kennen. Uiteindelijk is een huisarts ook een eerstelijnszorgverstrekker, net zoals de apotheker, de thuisverpleger, enz. Het is cruciaal dat er een goed contact is tussen de verschillende eerstelijnsdisciplines en dat we elkaars rol leren kennen.”


Is dat dan niet altijd zo?

Kristel: “Dat varieert nogal per regio. Er zijn plekken waar dat heel goed loopt. Waar artsen gauw even de telefoon nemen als ze met een vraag zitten omtrent een bepaald geneesmiddel. Maar in andere regio’s is dat contact tussen de huisarts en de apotheker vrij beperkt.”


Eline: ”Nochtans lijkt het zeer logisch dat er een goede samenwerking is. Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: de gezondheid van onze patiënten zo goed mogelijk bewaken. De rol van de huisarts en die van de apotheker zijn eigenlijk heel complementair aan elkaar waardoor we veel van elkaar kunnen leren.”

Kijk je als arts ook anders naar de patiënt?

Eline: “Het contact tussen patiënt en apotheker is in ieder geval anders. Een bezoek aan de apotheek is nog een stuk laagdrempeliger dan een consultatie bij de huisarts. En dat merk je wel als je een weekje meedraait in de apotheek. Voor heel wat klachten komen patiënten raad vragen aan hun apotheker en vaak kan die hen ook helpen.”


Kristel: “Het is uiteraard niet de bedoeling dat we als apotheker een diagnose stellen maar we kunnen de patiënt natuurlijk vaak wel snel helpen. Het is dan aan de apotheker om te oordelen of je met bepaalde klachten al dan niet beter naar de huisarts gaat.”


Misschien zijn de patiënten intussen zelf ook wel geëvolueerd?

Kristel: “We komen van een tijd waarin het woord van de arts heilig was. Maar vandaag zijn patiënten veel meer geëmancipeerd en doen ze ook vaak zelf wat opzoekwerk omtrent hun aandoening. Het is belangrijk dat we daar als zorgverstrekker rekening mee houden en vooral dat alle betrokken zorgverstrekkers overleggen en naar gemeenschappelijk genomen beslissingen gaan. Vandaag kan de arts niet zomaar een behandeling opleggen maar stellen we steeds vaker de patiënt verschillende opties voor en komen dan samen tot een beslissing.”

“De huisarts en de apotheker zijn erg complementair aan elkaar.”

Eline: “Ook in de opleiding geneeskunde hamert men heel erg op de integratie van die verschillende zorgdisciplines. Als huisarts sta je er niet alleen voor maar kun je advies vragen en overleggen met andere betrokkenen zoals de apotheker, de thuisverpleging of de specialist. We evolueren steeds meer in de richting van een soort zorglandschap waarbij de patiënt centraal staat met daarrond verschillende zorgverstrekkers.”


Kristel: “Vandaag heb je al een overlegmodel om de multidisciplinaire samenwerking tussen artsen en apothekers te stimuleren, het zogenaamde medisch-farmaceutisch overleg (MFO). Daar behandelt men een bepaald thema en is er overleg tussen artsen en apothekers om ieders rol op elkaar af te stemmen. Doordat ze heel lokaal georganiseerd worden, krijg je

een sterkere band tussen de verschillende actoren wat de zorg voor de patiënt ten goede komt.”


Wat zal je bijblijven na zo’n weekje in de apotheek?

Eline: “Het viel me vooral op hoeveel de apotheker eigenlijk wel weet over het leven van z’n patiënten. Net door die laagdrempeligheid komt er veel informatie bij de apotheker terecht waardoor die vaak een goed zicht heeft op de volledige context van de patiënt. En ik ben ’s avonds wel echt moe (lacht). Er zijn de vele patiënten maar je moet ook leveringen uitladen, bereidingen maken, voorschriften nakijken, administratie bijhouden, enz. Je bent voortdurend in de weer. Ik verschiet ervan hoeveel werk de apotheker voor en na openingstijd nog heeft.”