ZWANGERSCHAP

MEER DAN EEN GRIEPJE?

CYTOMEGALOVIRUS NIET ALTIJD ONSCHULDIG

Vroeg of laat raken we bijna allemaal besmet met het cytomegalovirus (CMV). Het zit overal en voelt zich bij iedereen thuis. Maar dat klinkt angstaanjagender dan het eigenlijk is. De meeste mensen merken immers niets van een besmetting en vertonen amper symptomen. Toch is het virus niet voor iedereen even onschuldig.

Geen of weinig symptomen

De kans dat je iets merkt van een CMV-besmetting is erg klein. Zelden zijn er klachten en als die er toch zijn, lijken ze wat op griepsymptomen zoals lichte koorts, vermoeidheid, spierpijn en gezwollen klieren. Ook tijdens de zwangerschap merkt men amper iets, tenzij na een bloedcontrole.

Ongeboren baby’s en mensen met een verzwakte afweer kunnen echter wel ziek worden en/of ernstige gevolgen ondervinden op lange termijn.

Omdat zwangere vrouwen het virus kunnen doorgeven aan hun (ongeboren) kind, is

het belangrijk om een besmetting tijdens de zwangerschap te vermijden. Net omwille van de vage symptomen, ontdekt men de besmetting vaak pas wanneer de baby kort na de geboorte een combinatie van symptomen vertoont zoals een laag geboortegewicht, geelzucht en slechthorendheid.

Lid van de herpesvirus-familie

Het cytomegalovirus (CMV) behoort tot de familie van de herpesvirussen die bijvoorbeeld ook koortsblaasjes, zona of klierkoorts kunnen veroorzaken. Dit soort virussen slaagt erin om onder de radar van het immuunsysteem te blijven en kunnen zo een leven lang in het lichaam van de gastheer blijven.

Lichaamsvocht

CMV komt voor in alle mogelijke lichaamsvochten: speeksel, urine, stoelgang, moedermelk, tranen, bloed, sperma en vaginaal vocht. Het kan zich niet door de lucht verspreiden maar des te meer via persoonlijk contact. Iemand kussen is genoeg om het virus door te geven.

Zeker jonge kinderen vormen een belangrijke bron van besmetting. In hun speeksel en urine zitten hogere concentraties van het virus waardoor zowel de moeder maar ook kinderverzorgsters en kleuterleidsters een groot risico lopen.

Risicoberoep of niet?

Bepaalde beroepsgroepen zoals onderwijzers, zorgcoördinatoren, opvoeders en schoonmaakpersoneel komen in aanmerking voor ‘verlof voor bedreiging door beroepsziekte’ (vrijstelling van de arbeid) wanneer men zwanger is. De werkgever onderzoekt dan of het mogelijk is om de werkomstandigheden aan te passen of een andere opdracht te geven.

Maar is het nu eigenlijk gevaarlijk?

De meeste mensen hoeven zich geen zorgen te maken

over eventuele risico’s. Zowel kinderen als volwassenen ondervinden zelden hinder. Ook voor de zwangere vrouw is een eventuele besmetting ongevaarlijk.


Maar voor een ongeboren kind dat besmet raakt, zijn er wel degelijk een aantal risico’s. Voor alle duidelijkheid: de meeste besmette kinderen

vertonen uiteindelijk geen afwijkingen. Toch kan zo’n 10 tot 15 procent van hen tijdens de eerste levensmaanden en -jaren een aantal afwijkingen ontwikkelen. De ernst van de klachten hangt o.a. af van het tijdstip van besmetting. Hoe vroeger tijdens de zwangerschap, hoe ernstiger de klachten.


Vaak voorkomende problemen zijn groeiachterstand en long-, lever- en miltproblemen. In sommige gevallen kan het de oorzaak zijn van een kleiner hoofdje, een abnormale spierspanning en vooral: gehoorproblemen en moeilijkheden met het zicht. Een CMV-infectie is de belangrijkste

oorzaak van niet-erfelijk aangeboren slechthorendheid

en doofheid. Bovendien kan het leiden tot een algemene ontwikkelingsachterstand en leerproblemen veroorzaken.


Ook mensen met een verzwakte afweer die besmet geraken, kunnen ziek worden en op lange termijn ernstige klachten ontwikkelen.

Risico voor baby

Het grootste risico is dat je als zwangere vrouw het virus doorgeeft aan je baby. Van alle vrouwen die tijdens de zwangerschap besmet raken, geeft ongeveer 1 op de 3 het virus door aan het ongeboren kind. In dat geval spreekt men van een aangeboren of congenitale CMV-infectie. In Vlaanderen wordt ongeveer 5 tot 10 op de 1000 baby’s geboren met zo’n congenitale CMV-infectie. Toch ontwikkelen zeker niet alle kinderen de bijhorende symptomen.

Wel of niet besmet?

Net omdat een CMV-infectie zelden klachten geeft, hebben de meeste mensen geen idee of ze ooit besmet raakten. Daarom is het aangewezen om tijdens de zwangerschap een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen. Maar je kunt je ook laten testen.

Kinderwens

Met een laboratoriumtest onderzoekt men of je al eerder in contact kwam met het CMV-virus. Als dat niet het geval is, neem je best een aantal preventieve maatregelen in acht. Wanneer je wel eerder een besmetting doormaakte is de kans dat je het tijdens de zwangerschap doorgeeft aan de baby vrij klein … maar niet onbestaande.

Zwanger

Dezelfde test kan men ook uitvoeren wanneer je zwanger bent. Toch zegt deze niets over de mogelijkheid dat je het virus doorgeeft aan je baby. Deze test wordt niet standaard uitgevoerd en bespreek je dus best met de gynaecoloog.

Pasgeboren

Wanneer je tijdens de zwangerschap of rond de periode van de conceptie besmet raakte met het virus, test men de pasgeboren baby. Tot twee weken na de geboorte kan men op basis van de urine, het speeksel of het bloed achterhalen of het virus al dan niet is doorgegeven. Ook wanneer men merkt dat er een afwijking is die gelinkt kan worden aan CMV zoals gehoorverlies, doet men zo’n test.

Oudere kinderen

Ook op later leeftijd kan men – op basis van de hielprik - de aanwezigheid van het virus testen. Bijvoorbeeld wanneer men gehoorverlies vaststelt.

Behandelen of niet?

Vermits een CMV-besmetting ongevaarlijk is voor gezonde kinderen en volwassenen, is behandelen niet nodig. Enkel voor pasgeboren baby’s kan het nuttig zijn om een behandeling op te starten.


Zo bestaat er medicatie die het gehoor beschermt en een positief effect heeft op de ontwikkeling van het kindje. Deze behandeling vereist tegelijkertijd wel een langdurige ziekenhuisopname en kan een aantal bijwerkingen hebben. Daarom bepaalt de (kinder) arts of ze al dan niet geschikt is.


Een vaccin om een CMV-infectie te voorkomen is er nog niet maar wordt wel onderzocht.

Verdere opvolging

Een CMV-infectie vereist een zorgvuldige opvolging tijdens de eerste levensjaren. Na de geboorte onderzoekt men in het ziekenhuis onder meer het gehoor, de ogen en de hersenen. Omdat bepaalde symptomen zich ook op latere leeftijd kunnen manifesteren, blijft men de kinderen opvolgen tot een leeftijd van zes jaar.

VOORKOM BESMETTING

TIJDENS DE ZWANGERSCHAP

Een besmetting kun je nooit volledig vermijden. Maar deze tips helpen het risico wel te beperken.

  1. Goede handhygiëne. Was na het verpamperen of contact met speeksel je handen goed met water en zeep.
  2. Gebruik je eigen handdoek of wegwerpbare handdoekjes.
  3. Verwijder ringen, armbanden en uurwerk want kiemen kunnen er zich makkelijk onder nestelen.
  4. Vermijd contact met speeksel en urine van kinderen. Kus daarom niet op de mond of wang bij kinderen jonger dan 5 à 6 jaar. Een kusje op het hoofd of een knuffel kan wel.
  5. Deel geen borden, glazen of ander eetgerei met jonge kinderen.
  6. Maak de fopspeen niet proper door hem zelf in de mond te nemen.

Greet Cardon

Apotheker-titularis Oudenaarde